Prompt-structuur voor search
Waarom je prompts in search vaak “net niet” werken
Je zit midden in een retained search. De shortlist moet deze week naar de klant, ondertussen lopen er Teams-interviews met kandidaten, en je inbox staat vol met LinkedIn-profielen, PDF-cv’s, notities en stakeholder-input. Je vraagt CoPilot: “Maak een longlist voor CFO Benelux” en je krijgt een generiek antwoord, met functietitels die niet passen, bronnen die je niet kunt herleiden en aannames die je niet durft te sturen naar een partner of klant.
In Executive Search is het probleem zelden “te weinig informatie”. Het is meestal te weinig structuur in de vraag: geen afbakening, geen context over de organisatie, onduidelijke senioriteit, geen must-haves versus nice-to-haves, en geen expliciete outputvorm. CoPilot kan dan alleen maar gokken, en gokken is duur in search: het kost tijd, schaadt kwaliteit en creëert ruis richting klant.
Daarom gaat deze les over één ding: een herbruikbare prompt-structuur waarmee je CoPilot consequent inzet voor research, interviewsamenvattingen en het uitwerken van kandidaten—zonder dat je elke keer opnieuw moet “hopen” dat het goed komt.
De bouwstenen van een sterke search-prompt
Een goede prompt in Executive Search is geen mooie vraag; het is een mini-briefing. Je behandelt CoPilot als een senior associate: slim, snel, maar afhankelijk van de kwaliteit van je intake. De kernprincipes zijn: context → taak → constraints → kwaliteitslat → output. Als één van die onderdelen ontbreekt, zie je dat direct terug in de bruikbaarheid.
Belangrijke begrippen in deze les:
-
Context: wat CoPilot moet weten om de vraag juist te framen (rol, bedrijfstype, fase, stakeholder-voorkeuren, marktcontext).
-
Taak (job-to-be-done): wat je concreet wilt laten opleveren (bijv. mapping-hypotheses, boolean-queries, interview summary, scorecard-argumentatie).
-
Constraints: wat expliciet buiten scope is of begrensd moet worden (geografie, sector, dealbreakers, talen, reporting line).
-
Evaluatiecriteria: hoe “goed” eruitziet (bijv. “maak aannames expliciet”, “bewijs per claim”, “noem risico’s”).
-
Outputcontract: format, lengte, tabelstructuur, en of je opties/alternatieven wilt.
Een handige analogie: een prompt is als een search strategy memo. Als je memo alleen zegt “vind goede kandidaten”, krijgt je team een rommelige longlist. Als je memo daarentegen segmentatie, target-companies, drempelcriteria en outputformat bevat, krijg je iets dat je kunt reviewen, aanpassen en hergebruiken.
Een herbruikbaar prompt-framework voor retained search
1) “Briefing-first”: de intake omzetten naar machine-begrepen context (zonder ruis)
In search komt input vaak verspreid binnen: klantcall-notes, een oud functieprofiel, losse opmerkingen (“we willen iemand met gravitas”), en interne aannames (“liefst uit FMCG”). CoPilot gaat slecht op impliciete context. Het beste is om die input te bundelen in een compacte briefingblok dat je bovenaan je prompt plakt.
Zo’n briefingblok werkt omdat het CoPilot helpt met disambiguatie: “CFO” is niet één profiel; het verschilt per ownership (PE vs familiebedrijf), per fase (turnaround vs scale-up), per governance (board exposure) en per complexiteit (international, multi-site, carve-out). Als je die dimensies niet benoemt, vult CoPilot ze in op basis van gemiddelde patronen, en dat is precies waar generieke output vandaan komt.
Best practices voor dit briefingblok:
-
Gebruik beslisdimensies in plaats van marketingtaal. Schrijf “rapportage aan CEO; werkt met Audit Committee; IFRS, M&A, cash focus” in plaats van “strategisch sterk”.
-
Geef must-haves en dealbreakers expliciet. CoPilot kan dan beter filteren en trade-offs benoemen.
-
Benoem wat je nog níet weet. Dat voorkomt overconfidence en maakt onzekerheid zichtbaar in de output.
Veelvoorkomende valkuilen en misvattingen:
-
Valkuil: “We zoeken een commerciële CFO” zonder voorbeelden. CoPilot levert dan buzzwords. Beter is: “commercial finance = pricing discipline, margin bridge, business partnering met sales, SKU profitability”.
-
Misvatting: “Meer context maakt het altijd beter.” Te veel ruwe input (hele transcripts, ongefilterde mails) kan juist focus verliezen. Beter is een samengevatte briefing plus specifieke bijlagen “alleen indien relevant”.
[[flowchart-placeholder]]
2) De kernprompt als “5-blokken structuur” (zodat je output stuurt zonder micromanagen)
Als je briefing staat, bouw je de prompt in vijf blokken. Het doel is dat jij de richting bepaalt, maar CoPilot de denkstappen uitvoert. Een praktische 5-blokken structuur:
- Rol & doel: wie is CoPilot in deze taak, en wat is het doel (bijv. “research associate voor market mapping”).
- Context (briefingblok): jouw samengevatte intake.
- Taak: wat moet er precies gebeuren, in welke stappen.
- Constraints & quality bar: grenzen, bewijs, aannames, risico’s, en wat je niet wilt.
- Outputcontract: exact format (tabel, bullets, rubrieken), lengte en taal.
Waarom dit werkt in search: je dwingt traceerbaarheid af. In retained werk je vaak met partner/klant-review. Je hebt output nodig die je kunt verdedigen: “waarom deze target companies?”, “waarom is dit profiel passend?”, “wat zijn de gaten in de data?”. Door quality bar en outputcontract expliciet te maken, vraag je CoPilot niet alleen om een antwoord, maar om een audit trail.
Typische pitfalls:
-
Te brede taak: “Maak een longlist” zonder segmentatie leidt tot titel-zoekwerk. Voeg altijd toe: “segmenteer in 3 talent pools” of “maak 4 hypotheses met bijbehorende target-company clusters”.
-
Vage kwaliteitslat: “Maak het scherp” is niet toetsbaar. Vraag liever: “noem per aanbeveling 2 redenen + 1 risico + 1 vraag om te valideren”.
-
Geen outputcontract: dan krijg je een essay. In search wil je vaak een tabel die je kunt plakken in een update naar de klant.
3) Prompten voor betrouwbaarheid: aannames, onzekerheid en bronvermelding als standaard
Executive Search-output is alleen bruikbaar als je weet waar het op gebaseerd is. CoPilot kan overtuigend schrijven, ook als informatie onzeker is. Daarom moet je systematisch vragen om:
-
Aannames expliciet: “Als X niet gegeven is, neem aan Y en label het als aanname.”
-
Confidence/zekerheid: “Markeer per punt: hoog/middel/laag vertrouwen en waarom.”
-
Checkvragen: “Welke 5 vragen moet ik aan de klant stellen om dit te valideren?”
-
Bewijsniveau: “Noem welke info direct uit input komt en wat inferentie is.”
Dit is geen bureaucratie; het beschermt je proces. Bijvoorbeeld bij online research: een profiel kan op LinkedIn “CFO” heten, maar in werkelijkheid finance director met beperkte scope zijn. Door confidence en checkvragen af te dwingen, voorkom je dat je “mooie” output verwart met “waar” output.
Veelvoorkomende misvattingen:
-
Misvatting: “CoPilot hallucinaties los je op door strengere taal.” Taal helpt, maar de echte oplossing is een verificatie-structuur: aannames labelen, bewijs vragen, en gaps zichtbaar maken.
-
Valkuil: “Vraag om bronnen” zonder te zeggen wat je als bron accepteert. Specificeer: “alleen input uit deze notities / bijgevoegde cv’s” of “maak een lijst van te verifiëren feiten, geen verzonnen links”.
4) Welke promptvorm past bij welke search-activiteit (en waarom)
In Executive Search doe je verschillende soorten werk: divergeren (brede mapping), convergeren (shortlist), en vastleggen (interview notes naar klantklare output). CoPilot presteert beter als je de promptvorm afstemt op het type werk.
Hieronder een vergelijking van vier prompttypes die in search het meest voorkomen:
| Dimensie | Divergent (mapping) | Convergent (selectie) | Synthesis (interviews) | Messaging (outreach/updates) |
|---|---|---|---|---|
| Doel | Breedte, hypotheses, talent pools en target companies. Je wilt verrassende maar plausibele richtingen. | Keuzes maken: wie past, wie niet, en waarom. Je wilt consistentie en toetsbaarheid. | Ruwe gespreknotities omzetten naar kerninzichten, bewijs en risico’s. | Heldere communicatie naar stakeholders, kandidaten of klant. |
| Best prompt-anker | Segmentatie: “maak 3–5 talent pools + per pool criteria en bronnen.” | Criteria: must-haves, dealbreakers, scorecard-criteria, weging. | Rubrics: “motivatie, impact, scope, leiderschap, risico’s, vervolgvragen.” | Format en tone rules: “kort, feitelijk, stakeholder-specifiek, zonder jargon.” |
| Grootste pitfall | Te generiek waardoor je “lijstjes met titels” krijgt. | Onzichtbare aannames waardoor bias of overselectie ontstaat. | Verschuiven naar interpretatie zonder bewijs uit quotes/voorbeelden. | Te gladde tekst die niet klopt met de feiten of te veel belooft. |
| Quality bar | Originaliteit + plausibiliteit + duidelijke rationale per cluster. | Traceerbaarheid: per kandidaat 2 bewijzen + 1 risico + 1 open vraag. | Feit vs interpretatie gescheiden; hiaten benoemd; concrete follow-ups. | Correctheid, consistentie met facts, en stakeholder-actie duidelijk. |
De kern: je voorkomt teleurstellende output door van tevoren te kiezen of je breed, streng, samenvattend of communicatief wilt werken. Als je die modus niet expliciet maakt, mengt CoPilot die stijlen door elkaar, en krijg je bijvoorbeeld een “selectie-advies” terwijl je eigenlijk nog in mapping zit.
Twee uitgewerkte voorbeelden uit retained search
Voorbeeld 1: Market mapping voor een CFO-rol met PE-context
Stel: je moet snel een mapping-hypothese maken voor een CFO in een PE-backed portfolio company (mid-market), Benelux, met internationale supply chain. Je wilt niet meteen namen; je wilt eerst talent pools en target-company clusters om met het team af te stemmen. Je prompt start dan met een briefingblok (ownership, fase, scope, must-haves), gevolgd door een divergente taak.
Stap-voor-stap hoe je de prompt structureert:
- Je zet bovenaan: rol (“Je bent mijn research associate voor market mapping”) en doel (“maak 4 talent pools met rationale en target-company types”).
- In de context zet je must-haves (bijv. “cash focus, covenant management, IFRS, private equity cadence, board exposure”) en dealbreakers (bijv. “geen pure corporate finance zonder operations exposure”).
- In de taak vraag je: “Genereer per talent pool: kerncriteria, waarschijnlijke titels, target-company kenmerken, en 10 voorbeeldbedrijven (zonder namen van personen)”.
- In de quality bar zet je: “Maak aannames expliciet; noem per pool 2 risico’s; geef 5 checkvragen voor klant intake”.
De impact: je krijgt output die je in een teamcall kunt reviewen als hypotheses in plaats van “waarheden”. Het voordeel is snelheid en alignment: je voorkomt dat onderzoekers en consultants elk hun eigen beeld van “de juiste CFO” volgen. De beperking: zonder echte brondata (bijv. interne database, specifieke sectorlijst) blijft het op niveau van plausibele segmenten. Daarom moet de prompt altijd eindigen met wat je nog nodig hebt om van hypotheses naar targets te gaan.
Voorbeeld 2: Teams-interviews omzetten naar klantklare kandidaat-updates
Stel: je hebt drie Teams-interviews back-to-back en je moet dezelfde dag nog een consistente update naar de klant sturen. Je hebt ruwe notities, deels in het Engels, deels in het Nederlands, met losse quotes en jouw interpretaties. Hier wil je geen mapping, maar synthesis: feiten ordenen, bewijs koppelen, risico’s benoemen, en vervolgvragen formuleren.
Stap-voor-stap hoe je dit prompt:
- Je definieert de rol: “Je bent mijn executive search associate; zet interviewnotities om naar een kandidaat-evaluatie.”
- Je plakt de notities en zegt expliciet: “Gebruik alleen deze input; verzin geen feiten; markeer onduidelijkheden.”
- Je geeft een rubric (bijv. Scope, Impact, Leiderschap, Stakeholder management, Motivatie, Risico’s, Compensatie/availability).
- Je maakt outputcontract: “Lever in een tabel met 2 kolommen: ‘Observatie (bewijs/quote)’ en ‘Interpretatie (wat het kan betekenen)’; eindig met 6 vervolgvragen voor next round en 3 referentie-check thema’s.”
Het voordeel hiervan is dat je een verdedigbaar document krijgt: je scheidt wat de kandidaat zei van jouw conclusie, wat essentieel is bij retained klantrelaties. Het voorkomt ook de klassieke fout dat verschillende interviewers verschillende lens gebruiken en je update inconsistent wordt. De beperking is dat CoPilot jouw notities niet mag “oppoetsen” tot zekerheid. Daarom is het cruciaal dat je confidence en gaps laat terugkomen, anders lijkt je update vollediger dan hij is.
De kern die je vandaag wilt onthouden
Een sterke search-prompt is een korte briefing plus een expliciet contract: wat is de taak, wat zijn de grenzen, hoe meten we kwaliteit, en in welke vorm moet het terugkomen. Als je dat consistent doet, verschuift CoPilot van “generieke tekstgenerator” naar een betrouwbare versneller voor research, interview synthesis en stakeholder-updates.
Belangrijkste takeaways:
-
Schrijf eerst context als briefingblok: ownership, fase, scope, must-haves, dealbreakers, en wat je nog niet weet.
-
Gebruik een 5-blokken promptstructuur: rol/doel, context, taak, constraints + quality bar, outputcontract.
-
Dwing betrouwbaarheid af met aannames, confidence, checkvragen en feit-versus-interpretatie scheiding.
-
Kies de juiste promptmodus (mapping, selectie, synthesis, messaging) zodat de output past bij je moment in het search-proces.
This sets you up perfectly for Toon & outputvorm sturen [30 minutes].