Course on Leiderschap voor beginners
Section 1: Leiderschap toepassen in de dagelijkse praktijk [50 minuten]
-
Onderscheid maken tussen leidinggeven, coördineren en controleren: analyseer in een praktijkscenario welke rol passend is wanneer een intercedent achterloopt met plaatsingen, een klant snel personeel nodig heeft en flexkrachten wachten op informatie.
-
Situationeel communiceren: formuleer duidelijke verwachtingen en pas de communicatiestijl aan op een ervaren intercedent, een nieuwe collega of een flexkracht die extra uitleg nodig heeft. Oefen bijvoorbeeld met de afspraak: “Neem vóór 14.00 uur contact op met de vijf beschikbare kandidaten en koppel de resultaten aan mij terug.”
-
Actief luisteren en doorvragen: voer een kort gesprek met een intercedent die aangeeft dat de werkdruk te hoog is, vat de situatie samen en stel open vragen voordat je een oplossing voorstelt.
-
Motiveren en vertrouwen opbouwen: kies in hetzelfde praktijkscenario een passende aanpak, zoals gerichte waardering geven, verantwoordelijkheid delegeren of een fout bespreken zonder direct te beschuldigen.
-
Dagelijkse leiderschapskeuzes maken: bepaal prioriteiten wanneer een belangrijke klant met spoed flexkrachten nodig heeft, het team al zwaar belast is en niet iedere kandidaat beschikbaar is. Licht de keuze eerlijk toe en toon professioneel voorbeeldgedrag.
Section 2: Eindoverzicht en persoonlijk actieplan [10 minuten]
-
Kernbegrippen toepassen: verbind leidinggeven, situationeel communiceren, motiveren en prioriteiten stellen aan de gebeurtenissen uit het doorlopende praktijkscenario.
-
Leiderschapskeuzes analyseren: benoem wat in de gekozen aanpak goed werkte en welke reactie mogelijk meer duidelijkheid, vertrouwen of rust had opgeleverd.
-
Een concrete vervolgstap formuleren: maak een persoonlijk actiepunt voor de eerstvolgende werkweek, zoals dagelijks verwachtingen controleren of wekelijks gerichte waardering uitspreken.
-
Richtingen voor verder leren kiezen: bepaal welk onderwerp verdere ontwikkeling vraagt, bijvoorbeeld feedback geven, conflicten hanteren, delegeren of coachende gesprekken voeren.